Voor enkele tientallen aanwezigen geeft AI-professional Mark Dillerop een beeld van de techniekgeschiedenis: 60.000 jaar geleden werd de pijl-en-boog uitgevonden, en nu denken kinderen al dat papier een iPad is die het niet meer doet. 

Ook AI (artificiële intelligentie) is aan een snelle opmars bezig, vertelt hij. De principes zijn niet nieuw. Al in 1956 werd de term voor het eerst gebruikt. Later poogde men het neuronennetwerk van het biologische brein digitaal na te bootsen. Vanaf 1980 ging het digitale brein leren, zoals een kind dat doet. Bijvoorbeeld doordat mensen het programma heel veel plaatjes van honden en katten tonen en het juiste antwoord (‘hond’, ‘kat’) bevestigen. (Ook dat soort noeste arbeid zit achter al die plaatjes die google herkent.)
Meestal waren AI-systemen goed in één ding: beeld, geluid of tekst, maar nu ontstaat meer integratie, bijvoorbeeld van tekst en beeld. Dankzij snelle computers neemt het aantal verbindingen in de neurale netwerken toe en worden modellen steeds beter in leren, problemen oplossen en zichzelf verbeteren.
Relevante vragen zijn altijd: met welke gegevens zijn ze getraind en zit er een bias in die gegevens?

Afijn, het onderwerp van de bijeenkomst is AI en ouderen. De levensverwachting en het aantal ouderen nemen bij ons toe, terwijl het aantal mantelzorgers afneemt en er een toenemende ziektelast ontstaat, vooral door dementie. AI kan ondersteunen door zorg te voorkomen (op tijd ingrijpen), te vervangen en te verplaatsen (van spreekkamer of ziekenhuis naar thuis). 

Mark noemt enkele voorbeelden. Deels vallen ze onder gewone automatisering met sensoren, maar vooral een combinatie van signalen maakt analyse door een AI-systeem mogelijk. Waarna zo nodig een arts stappen zet.
Een vloerkleed met sensoren, of een horloge met valdetectie, kan aan een mantelzorger of behandelaar doorgeven dat iemand is gevallen en niet meer opstaat. Iets ingewikkelder is een apparaatje dat in de wc-pot je urine analyseert. Nu nog een prototype. Of een slimme sok die je manier van lopen, hartslag en temperatuur meet. Een AI-systeem kan ook visueel je manier van bewegen analyseren. Een pratende bloempot herinnert je aan het innemen van je medicijnen en met spraakregistratie kan een systeem dat is ontwikkeld aan de universiteit van Sheffield je cognitieve gezondheid analyseren. Nabestaanden kun je later nog verblijden of opschepen met een sprekende AI-versie van jezelf.
Er komen vragen uit de zaal. Onder andere wat ChatGPT voor het onderwijs betekent.

Gevaren van AI zijn er ook. De bias in de trainingsgegevens is al genoemd. Data worden naar deels onbekende plekken gestuurd en je weet niet altijd wat ze ermee doen. Privacybescherming en soorten gebruik verdienen aandacht.  In Europa is wetgeving gemaakt om de ontwikkelingen te sturen, de AI Act.
Zonder je medeweten kan je gedrag worden beïnvloed. Mark noemt AI-gestuurde phishingmails en telefoontjes, bijvoorbeeld over nepinvesteringen of paniek veroorzakende berichten over je banksaldo (bel altijd je bank terug). Een nieuwe ontwikkeling is het klonen van stemmen (spreek tevoren een codewoord af voor het geval een zogenaamde bekende je belt of appt). Mark belooft een aantal tips op te sturen om dit soort oplichterij te voorkomen.

Ondertussen kun je ook zelf spelen met AI-systemen. NotebookLM.google leest een website en maakt er een podcast van, en meer. Via openai.com kun je ChatGPT allerlei tekstopdrachten geven en vragen stellen. suno.com is een site om liedjes te maken. heygen.com maakt met behulp van je webcam een bewegende AI-versie van je die zomaar 175 talen spreekt.

Peter van der Pouw Kraan.